Zoo'tje

Zoo'tje

Zoo'tje

'Beer', vroeg de muis, nadat hij zijn hoofd in zijn nek had gelegd en beer in de ogen keek.

'Ik wil je iets vragen', ging de muis verder. De beer luisterde aandachtig. 'Waar zijn wij van gemaakt?'

De beer zweeg, zijn gedachten gingen van zijn schouder, naar zijn knie naar zijn teen.

Op zijn hoofd zat de uil. De uil zuchtte, omdat hij zich dit ook vaak had afgevraagd. 'Ik weet het niet', mompelde de beer.

'Noem maar iets op', zei de muis. De beer moest diep nadenken. Plots maakte de uil een sprongetje. 'Ik weet waar wij van gemaakt zijn, van liefde', riep hij.

'O ja?', vroegen de beer en de muis in koor. Ja, knikte de uil uit volle borst. 'Alles is liefde', ging de uil verder. 'Liefde voor elkaar, voor de haas, de olifant, de slak, de aap en natuurlijk de eekhoorn. Liefde voor de wolken, de zomer en zelfs de regen. Voor dansen, lachen, de bomen en samen. Liefde is iets heel bijzonders, muis. Ik nog wel uren doorgaan', zei de uil.

'Laten we dan maar zuinig zijn op ons', zei de muis. 'Zeker!' joelden alle dieren instemmend.

Mainkunstenaars

Foto